Wie zich in webtoegankelijkheid verdiept, komt vroeg of laat vier letters tegen: WCAG. Een webdesigner zegt dat de site "voldoet aan WCAG 2.1 AA", een wet verwijst ernaar, een aanbesteding vraagt erom, een rapport somt fouten op. WCAG klinkt als een dik technisch reglement dat alleen specialisten kunnen lezen. In de praktijk beschrijft het gewone dingen: afbeeldingen met een beschrijving, tekst die je kunt lezen, formulieren die je met het toetsenbord invult, pagina’s die doen wat je verwacht. Dit artikel legt uit wat WCAG is, welke versie en welk niveau ertoe doen, wat er onlangs veranderde en hoe je ermee werkt zonder het hele document te lezen.
Wat WCAG is
WCAG staat voor Web Content Accessibility Guidelines, in het Nederlands de richtlijnen voor toegankelijkheid van webinhoud. Ze worden gepubliceerd door het W3C, de internationale organisatie die de standaarden voor het web ontwikkelt, via haar Web Accessibility Initiative (overzicht van het W3C). Je mag ze gratis lezen en gebruiken.
WCAG is in lagen opgebouwd:
- Vier principes bovenaan: inhoud moet waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn. Daarover verderop meer.
- Richtlijnen onder elk principe, zoals "maak tekst leesbaar" of "geef mensen genoeg tijd".
- Succescriteria onder elke richtlijn. Dat zijn de eigenlijke eisen, zo geschreven dat je ze kunt testen: een pagina voldoet eraan of niet. Elk criterium heeft een nummer, zoals 1.1.1, en een korte naam, zoals "Niet-tekstuele content".
WCAG is niet gebonden aan één technologie. Het beschrijft resultaten, zoals "elk formulierveld heeft een label dat zegt waarvoor het dient", niet hoe je die bouwt. Daarom werkt het voor een zelf geschreven site, een WordPress-thema of een pagina gemaakt met een AI-sitebouwer. Versie 2.2 is ook een internationale norm, ISO/IEC 40500:2025 (aankondiging van het W3C).
Versies: 2.0, 2.1 en 2.2
WCAG groeide stap voor stap, en elke versie bouwt voort op de vorige.
- WCAG 2.0 (2008) legde de basis.
- WCAG 2.1 (2018) voegde eisen toe voor mobiele toestellen, mensen die slechtziend zijn en mensen met een cognitieve of leerbeperking. Voorbeelden zijn inhoud die werkt in staande en liggende stand, en tekst die leesbaar blijft als je de afstand tussen regels en letters vergroot.
- WCAG 2.2 (oktober 2023) voegde negen nieuwe succescriteria toe, vooral over toetsenbordfocus, aanraakdoelen, inloggen en hulp. Eén oud criterium over de schrijfwijze van code, "Parsing", verdween omdat moderne browsers het overbodig maakten (nieuw in WCAG 2.2).
Omdat de versies op elkaar voortbouwen, ontwierp het W3C ze zo dat een site die aan WCAG 2.2 voldoet ook aan 2.1 en 2.0 voldoet. Begin je nu, mik dan op 2.2.
Je hoort misschien ook over WCAG 3. Dat is een volledig nieuw ontwerp waar het W3C nog aan schrijft. Het is een werkversie, geen afgewerkte standaard, en het duurt nog jaren voor wetten ernaar verwijzen (introductie tot WCAG 3). Voorlopig telt WCAG 2.
Niveaus A, AA en AAA
Elk succescriterium heeft een niveau.
- Niveau A dekt de basis. Zonder deze eisen kunnen sommige mensen de pagina helemaal niet gebruiken. Voorbeelden: afbeeldingen hebben een tekstalternatief, alles werkt met het toetsenbord, er is geen toetsenbordval (een plek die je met het toetsenbord niet meer verlaat) en video’s hebben ondertitels.
- Niveau AA voegt toe wat een site comfortabel maakt voor veel meer mensen. Voorbeelden: tekst heeft genoeg contrast met de achtergrond, pagina’s werken nog als je inzoomt tot 200%, de toetsenbordfocus is zichtbaar, en koppen en labels beschrijven hun onderwerp.
- Niveau AAA is het strengst. Voorbeelden: nog hoger contrast, gebarentaal bij video’s en tekst die begrijpelijk is op het niveau van de eerste jaren van het middelbaar onderwijs.
De niveaus tellen op. Om aan AA te voldoen, moet een pagina aan elk A- en elk AA-criterium voldoen. In WCAG 2.2 zijn dat er 55. AAA is een goede bron van extra ideeën, maar het W3C raadt zelf af om het voor hele sites te eisen, omdat sommige inhoud nu eenmaal niet aan elk AAA-criterium kan voldoen.
Wie "WCAG AA" zegt, bedoelt niveau A en AA samen. Dat is het niveau dat bijna elke wet en elk contract vraagt.
De vier principes met voorbeelden uit het dagelijks leven
De vier principes zijn makkelijker te onthouden met het Engelse letterwoord POUR. Elk principe beantwoordt een eenvoudige vraag over je bezoekers.
Waarneembaar: kunnen mensen de inhoud opnemen?
Informatie moet mensen bereiken via minstens één zintuig dat ze kunnen gebruiken. Een blinde bezoeker hoort een schermlezer (software die het scherm voorleest), dus foto’s hebben een korte beschrijving nodig, de alt-tekst. Een dove bezoeker heeft ondertitels bij je video nodig. Iemand die slechtziend is, heeft tekst nodig die goed afsteekt tegen de achtergrond, en een pagina die niet breekt als de tekst groter wordt. En kleur alleen volstaat niet: een formulier dat fouten alleen met een rode rand toont, zegt een kleurenblinde bezoeker niets.
Bedienbaar: kunnen mensen het gebruiken?
Elke functie moet op meer dan één manier werken. Wie geen muis kan gebruiken, gaat met de Tab-toets door je site, dus elke link, knop en elk menu moet bereikbaar zijn en tonen waar het toetsenbord staat. Wie traag leest, heeft genoeg tijd nodig, dus een sessie mag niet zonder waarschuwing verlopen. Inhoud mag niet vaker dan drie keer per seconde flitsen, want flitsen kan epileptische aanvallen uitlokken. En duidelijke koppen en paginatitels helpen iedereen de weg te vinden.
Begrijpelijk: snappen mensen het?
De pagina moet de taal van de bezoeker spreken, letterlijk (de paginataal is ingesteld, zodat een schermlezer de woorden juist uitspreekt) en figuurlijk (duidelijke woorden, korte zinnen). Pagina’s gedragen zich voorspelbaar: een menu blijft op dezelfde plek, een keuze maken stuurt je niet plots naar een andere pagina. Formulieren zeggen wat ze nodig hebben en, als er iets misloopt, wat er fout is en hoe je het oplost: "Vul een datum in zoals 14-03-2026" helpt, "Ongeldige invoer" niet.
Robuust: werkt het met de hulpmiddelen van mensen?
Je site moet werken met browsers en hulpsoftware, vandaag en morgen. In de praktijk betekent dat: echte knoppen, links en formuliervelden gebruiken, met namen die software kan lezen. Een "knop" die alleen een gekleurd vak is dat op een muisklik reageert, ziet er goed uit, maar een schermlezer kondigt hem niet aan en het toetsenbord bereikt hem niet.
Welk niveau de wet vraagt
In de Europese Unie tellen voor websites vooral twee wetten. De Europese webtoegankelijkheidsrichtlijn geldt voor websites en apps van de overheid. De Europese toegankelijkheidswet (European Accessibility Act), van toepassing sinds 28 juni 2025, geldt voor veel private diensten, zoals webwinkels, bankieren, vervoer en e-books. Beide werken via een Europese norm, EN 301 549. Voor websites neemt die norm de succescriteria van WCAG op niveau A en AA over.
De versie die vandaag gebruikt wordt, EN 301 549 V3.2.1, verwijst naar WCAG 2.1 niveau AA. Een nieuwe versie, V4.1.1, verscheen in september 2026. Die is afgestemd op WCAG 2.2 niveau AA en heeft een apart deel dat specifiek voor de Europese toegankelijkheidswet geschreven is. Ze wordt de wettelijke referentie zodra de Europese Commissie haar vermeldt in het Publicatieblad van de EU, wat rond het einde van 2026 verwacht wordt (Level Access).
Nationale wetten bouwen daarop voort. In België zet de wet van 5 november 2023 de Europese toegankelijkheidswet om, en de FOD Economie ziet erop toe. In Nederland gebeurt dat met het Toegankelijkheidsbesluit, en voor overheidssites geldt het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
Waar mik je dan op als kleine onderneming of overheidsdienst? WCAG 2.1 AA is wat de wet vandaag vraagt. WCAG 2.2 AA bevat alles uit 2.1 AA (behalve het geschrapte criterium Parsing) plus zes nieuwe criteria, en daar gaat de wet naartoe. Bouw je een site of bouw je hem opnieuw, mik dan op 2.2 AA, zodat je er niet snel opnieuw aan moet.
Wat er in WCAG 2.2 veranderde voor kleine sites
Zes van de nieuwe criteria zitten op niveau A of AA. Elk lost iets op waar mensen dagelijks tegenaan lopen.
- Focus niet bedekt. Ga je met het toetsenbord door een pagina, dan mag het onderdeel waarop je staat niet volledig verdwijnen achter een vaste kopbalk, een chatknop of een cookiemelding.
- Grootte van het aanraakdoel. Knoppen en links waarop je tikt, zijn minstens 24 bij 24 pixels groot, of hebben genoeg ruimte rondom, zodat mensen met trillende handen niet de verkeerde raken. Links midden in een zin zijn een uitzondering.
- Sleepbewegingen. Alles waarvoor je moet slepen, zoals een schuifregelaar, een kaart of items herschikken, moet ook met gewone klikken of tikken werken.
- Consistente hulp. Bied je hulp aan, zoals een telefoonnummer, een contactlink of een chat, zet die dan op elke pagina op dezelfde plek.
- Overbodige invoer. Laat mensen niet twee keer hetzelfde typen binnen één proces. Vulde een klant in stap één zijn adres in, vul het dan in stap drie zelf in of laat het kiezen, bijvoorbeeld met een vakje "Zelfde als leveradres".
- Toegankelijke authenticatie. Inloggen mag niet afhangen van iets onthouden of overtypen zonder hulp, of van een puzzel oplossen. Laat kopiëren en plakken en wachtwoordbeheerders toe, of bied een inloglink per e-mail aan. Puzzels waarin je afbeeldingen herkent en persoonlijke inhoud zijn op niveau AA toegestane uitzonderingen, maar eenvoudigere opties zijn vriendelijker.
Twee daarvan los je vaak op met enkele regels CSS (de code die bepaalt hoe een site eruitziet):
/* Houd het onderdeel met focus zichtbaar onder een vaste kopbalk van 80px */
html {
scroll-padding-top: 80px;
}
/* Geef kleine icoonknoppen een comfortabel aanraakvlak */
.icon-button {
min-width: 44px;
min-height: 44px;
}En het vaakste probleem bij inloggen is een wachtwoordveld dat plakken blokkeert:
<!-- Vermijden: blokkeert wachtwoordbeheerders en plakken --> <input type="password" onpaste="return false" /> <!-- Beter: laat wachtwoordbeheerders het veld invullen --> <input type="password" autocomplete="current-password" />
Werken met WCAG zonder alles te lezen
Je hoeft de volledige standaard niet te lezen. Met een paar gewoontes kom je al een heel eind.
- Vertrek van de belangrijkste taken van je bezoekers. Informatie vinden, boeken, betalen, contact opnemen. Controleer of elke taak lukt, in plaats van elk criterium in het abstracte af te vinken.
- Gebruik het naslagwerk van het W3C. How to Meet WCAG toont elk criterium met korte uitleg en voorbeelden, en je kunt filteren op niveau. Filter op A en AA en verberg de rest.
- Los eerst de vaakste problemen op. In de analyse van WebAIM uit 2026 van een miljoen startpagina’s waren de vaakste fouten tekst met te weinig contrast, afbeeldingen zonder beschrijving, formuliervelden zonder label, lege links, lege knoppen en een ontbrekende paginataal (WebAIM Million). Onze herstelgidsen behandelen ze allemaal.
- Lees bij twijfel de pagina "Understanding". Bij elk criterium hoort een pagina die het doel uitlegt, zegt wie ermee geholpen is en voorbeelden geeft. Je ontwikkelaar vindt er ook de technische werkwijzen.
- Zet het op papier. Werk je met een ontwerper, ontwikkelaar of bureau, of kies je een thema, vraag dan uitdrukkelijk om "WCAG 2.2 niveau AA" en vraag hoe ze dat testen.
- Leg het vast in een verklaring. Een toegankelijkheidsverklaring zegt welke standaard je volgt, wat je controleerde en wat nog werk vraagt. Onze gids voor de toegankelijkheidsverklaring legt uit hoe.
Hoe automatische controles zich tot WCAG verhouden
Automatische controles, ook die van ibin, toetsen pagina’s aan de WCAG-succescriteria die software betrouwbaar kan beoordelen. Is er wel een tekstalternatief? Heeft de tekst genoeg contrast? Heeft elk veld een label? Is de paginataal ingesteld? Die controles zijn snel en herhaalbaar, en ze vangen veel van de vaakste fouten.
Maar veel criteria vragen een mens. Software ziet dat een afbeelding een alt-tekst heeft, maar niet of "foto123" of "afbeelding" haar beschrijft. Ze kan nagaan dat een pagina koppen heeft, maar niet of die koppen de inhoud beschrijven. Ze kan niet zeggen of je instructies duidelijk zijn, of een menu echt met het toetsenbord werkt. Automatische controles vinden ongeveer een derde tot de helft van de problemen; mensen controleren de rest.
Een goede routine combineert beide. Doe een automatische controle, los op wat ze vindt, doe dan de toetsenbordtest van tien minuten en lees je afbeeldingsbeschrijvingen en linkteksten met een frisse blik. De optionele tweede blik van AI in ibin geeft onder meer afbeeldingsbeschrijvingen, linkteksten en toetsenbordgebruik een score, zodat je weet waar je eerst kijkt. Dat zijn aanwijzingen, geen oordelen. En geen enkele tool kan bevestigen dat een site aan WCAG voldoet: daarvoor is een volledige controle door mensen nodig.
Controleer een pagina op de basis
Controleer gratis een pagina met ibin en zie welke WCAG-problemen de automatische controles vinden, uitgelegd in gewone taal, met een beeld van waar elk probleem staat en een gids om het op te lossen. Begin met je startpagina of je belangrijkste formulier, los eerst de kritieke problemen op en controleer opnieuw.
Kijk hoe je eigen site scoort
Controleer gratis een pagina, zonder account. Je krijgt een duidelijke lijst van wat je eerst oplost, met afbeeldingen van waar elk probleem zit.