Sinds 28 juni 2025 vraagt een Europese wet aan bedrijven die online aan consumenten verkopen om hun website, app en kassa bruikbaar te maken voor mensen met een beperking. Die wet heet de European Accessibility Act, officieel Richtlijn (EU) 2019/882, en in het Nederlands vaak de Europese toegankelijkheidsrichtlijn. Heb je een webshop, neem je online reservaties aan of verkoop je tickets, dan gaat ze je waarschijnlijk aan. Het goede nieuws: wat ze vraagt, is niet mysterieus. Duidelijke tekst, afbeeldingen met een beschrijving, formulieren die met een toetsenbord werken en een bestelproces dat iedereen kan afronden. In dit artikel lees je wat de wet inhoudt, of ze voor jou geldt en wat je de komende vier weken kunt doen.
Wat de Europese toegankelijkheidsrichtlijn is
De European Accessibility Act is een EU-richtlijn uit 2019. Een richtlijn legt gemeenschappelijke doelen vast; elke lidstaat schrijft daarna een eigen wet om die doelen te halen. Het doel is tweeledig: mensen met een beperking krijgen gelijke toegang tot alledaagse producten en diensten, en bedrijven krijgen één set regels in de hele EU in plaats van 27 verschillende.
Volgens de tekst op EUR-Lex gelden de eisen vanaf 28 juni 2025. Nieuwe producten en diensten die onder de richtlijn vallen, moeten sindsdien aan de toegankelijkheidseisen voldoen.
De richtlijn gaat over producten en over diensten. Bij producten gaat het om computers, smartphones, e-readers, ticketautomaten en betaalterminals. Bij diensten staan onder meer op de lijst:
- e-handelsdiensten: online verkopen aan consumenten via een website of app
- bankdiensten voor consumenten, zoals online bankieren en betaalapps
- e-books en de software om ze te lezen
- personenvervoer per vliegtuig, bus, trein en schip, met de bijbehorende websites, apps, elektronische tickets en actuele reisinformatie
- elektronische communicatiediensten, zoals telefonie en berichtendiensten
- toegang tot audiovisuele mediadiensten, zoals de websites en apps van streamingdiensten
Voor de meeste kleine bedrijven is het eerste punt het belangrijkste. De richtlijn omschrijft een e-handelsdienst als een dienst die op afstand wordt verleend, via een website of app, op verzoek van een consument, met het oog op het sluiten van een consumentenovereenkomst. Eenvoudig gezegd: kan een consument via je site iets kopen, bestellen, reserveren of een abonnement nemen, dan bied je een e-handelsdienst aan.
Hoe het in België geregeld is
België heeft de richtlijn voor e-handelsdiensten en bankdiensten voor consumenten omgezet met de wet van 5 november 2023. Die wet voegt in Boek VIII van het Wetboek van economisch recht een nieuw onderdeel toe over toegankelijkheidsvoorschriften voor diensten. Het is een gedeeltelijke omzetting: de wet gaat over die bepaalde diensten, andere onderdelen van de richtlijn zijn elders geregeld.
Het toezicht op e-handelsdiensten en bankdiensten voor consumenten ligt bij de Economische Inspectie van de FOD Economie. De FOD Economie heeft richtsnoeren gepubliceerd die de verplichtingen uitleggen, waaronder een gids over toegankelijke e-handelsdiensten. Volgens de FOD Economie kunnen bedrijven die de regels niet naleven administratieve sancties krijgen tot maximaal 200.000 euro of 6% van de jaaromzet. Dat zijn bovengrenzen voor de zwaarste gevallen, geen standaardboetes. De richtlijn zelf vraagt dat sancties samengaan met maatregelen om het probleem echt op te lossen: het doel is een toegankelijke dienst, niet straffen.
Wat de wet concreet vraagt van je site
De richtlijn beschrijft de eisen in algemene termen. Je website en app moeten waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn. Die vier woorden komen uit de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), de internationale richtlijnen van het W3C, de organisatie achter de webstandaarden.
Voor e-handel komen daar enkele specifieke punten bij:
- Inloggen, beveiligingsstappen en betalen moeten toegankelijk zijn. Een bestelproces dat alleen met een muis werkt, of een betaalstap die een schermlezer niet kan voorlezen, is een probleem. Een schermlezer is software die de inhoud van het scherm voorleest voor mensen die blind of slechtziend zijn.
- Geeft de fabrikant informatie over de toegankelijkheid van een product dat je verkoopt, dan geef je die door in je webshop.
- Je legt in je algemene voorwaarden, of op een andere duidelijk zichtbare manier, uit hoe je dienst aan de toegankelijkheidseisen voldoet. Die informatie moet zelf ook toegankelijk zijn.
De technische norm erachter
Om die algemene woorden om te zetten in toetsbare controles gebruikt Europa de norm EN 301 549. De versie waarnaar het vaakst verwezen wordt, V3.2.1 uit 2021, bouwt op WCAG 2.1 niveau AA. Niveau AA is het middelste van de drie WCAG-niveaus en het niveau waar bijna elke wet naar verwijst.
In september 2026 publiceerde de normalisatie-instelling ETSI een nieuwe versie, EN 301 549 V4.1.1. Volgens AccessibleEU, het kenniscentrum toegankelijkheid van de Europese Commissie, stapt die over op WCAG 2.2 niveau AA en koppelt ze de eisen rechtstreeks aan de European Accessibility Act. Op het moment van schrijven is ze nog niet formeel opgenomen in het Publicatieblad van de EU. In de praktijk is WCAG 2.2 niveau AA een verstandig doel: het bevat alles uit WCAG 2.1 en voegt enkele controles toe, bijvoorbeeld over de grootte van knoppen en het opnieuw moeten invullen van gegevens.
Geldt dit voor mij?
Begin met drie vragen.
- Verkoop je of neem je reservaties aan van consumenten, online? Een webshop, een boekingstool voor een kapper, een online ticketverkoop voor een evenement, een inschrijving voor een abonnement: dat zijn e-handelsdiensten. Een site die alleen je zaak voorstelt, met een telefoonnummer en een contactformulier, is dat in de regel niet.
- Verkoop je alleen aan bedrijven? De definitie spreekt over overeenkomsten met consumenten. Een shop die uitsluitend aan professionals verkoopt, valt er meestal buiten. Kunnen consumenten ook bestellen, dan val je er wel onder.
- Ben je een micro-onderneming? Voor diensten maken de richtlijn en de Belgische wet een uitzondering voor micro-ondernemingen: bedrijven met minder dan 10 werknemers en een jaaromzet of balanstotaal van hoogstens 2 miljoen euro. Die uitzondering geldt alleen voor diensten, niet voor wie producten zoals betaalterminals maakt of invoert.
Let op: de FOD Economie communiceert over micro-ondernemingen als bedrijven die extra tijd krijgen, tot 28 juni 2030, en raadt aan nu al te beginnen. Zie de uitzondering dus niet als een vrijbrief en controleer wat precies voor jou geldt.
Enkele voorbeelden:
- Een meubelzaak met 25 werknemers die online aan consumenten verkoopt: valt eronder.
- Een bakker met zes werknemers en een pagina om online te bestellen: waarschijnlijk vrijgesteld als micro-onderneming.
- Een boekhoudkantoor met een informatieve website zonder online bestellen: in de regel geen e-handelsdienst.
- Een theater met 40 medewerkers dat tickets verkoopt via de eigen website: valt eronder.
Ook als je vrijgesteld bent, blijven er goede redenen om aan de slag te gaan. Je klanten zijn ook ouderen, mensen die slecht zien, mensen met een trillende hand en mensen die gewoon hun gsm in fel zonlicht gebruiken. En je bedrijf kan groeien boven de drempels.
Overgangsperiodes en uitzonderingen
De richtlijn kent enkele beperkte overgangsregels. Dienstencontracten die vóór 28 juni 2025 zijn gesloten, mogen ongewijzigd doorlopen tot ze aflopen, maar niet langer dan vijf jaar. Producten die een dienstverlener vóór die datum rechtmatig gebruikte, mag hij tot 28 juni 2030 blijven inzetten voor vergelijkbare diensten, en selfservice-terminals zoals ticketautomaten mogen in gebruik blijven tot het einde van hun economische levensduur, met een maximum van 20 jaar. Die regels zijn smal. Ga er niet van uit dat ze je webshop extra tijd geven zonder dat na te vragen bij een adviseur.
Daarnaast bestaat er een uitzondering voor een onevenredige last: als een eis veel meer kost dan ze mensen met een beperking oplevert, kan een bedrijf zich daarop beroepen. Het moet die afweging dan documenteren, vijf jaar bewaren en opnieuw maken wanneer de dienst verandert. Dat is een formele procedure, geen algemene uitweg.
Waar de meeste websites tekortschieten
De problemen zijn zelden exotisch. WebAIM, een non-profitorganisatie aan Utah State University, test elk jaar de startpagina's van de één miljoen populairste websites. In het rapport van 2026 had 95,9% van die pagina's automatisch gevonden fouten tegen WCAG, gemiddeld 56 per pagina. Zes soorten problemen waren goed voor 96% van alle fouten:
- tekst met te weinig contrast, bijvoorbeeld lichtgrijs op wit, op 83,9% van de startpagina's. De contrastverhouding is een getal dat de helderheid van tekst en achtergrond vergelijkt; WCAG vraagt minstens 4,5 op 1 voor gewone tekst.
- ontbrekende alt-tekst: een korte geschreven beschrijving van een afbeelding die schermlezers voorlezen.
- formuliervelden zonder label, waardoor een schermlezergebruiker niet weet wat hij moet invullen.
- lege links en lege knoppen, vaak icoontjes zonder tekstalternatief.
- geen ingestelde taal van de pagina, waardoor schermlezers de tekst verkeerd uitspreken.
De meeste daarvan los je snel op in een sitebouwer of thema. En het zijn precies de dingen die een bestelling blokkeren.
Je plan voor de komende maand
Je hoeft niet alles in één keer op te lossen. Dit plan past in vier weken naast je gewone werk.
- Week 1: breng in kaart wat je hebt. Noteer de belangrijkste pagina's: de startpagina, een categoriepagina, een productpagina, het winkelmandje, het afrekenen, het aanmaken van een account, het contactformulier en je algemene voorwaarden. Schrijf ook op welke tools je gebruikt voor betalen, reserveren en chat, want die komen vaak van andere bedrijven.
- Week 1: doe een automatische controle. Controleer elk van die pagina's met een toegankelijkheidschecker. Automatische controles vinden veel voorkomende problemen, grofweg een derde tot de helft van alle knelpunten, maar niet alles. Ze zijn een goed begin, geen eindoordeel.
- Week 2: los eerst de ernstigste problemen op. Begin met wat mensen tegenhoudt om te kopen: formuliervelden zonder label, knoppen zonder tekst, ontbrekende alt-tekst bij productfoto's en te weinig contrast bij prijzen en knoppen.
- Week 2: test met het toetsenbord. Leg je muis weg en probeer iets te kopen met alleen Tab, Shift+Tab, Enter en de spatiebalk. Zie je bij elke stap waar je op de pagina bent? Kun je het menu openen, een maat kiezen, je adres invullen en betalen? Loop je vast, dan lopen veel van je klanten ook vast.
- Week 3: schrijf je toegankelijkheidsinformatie. Voeg een korte paragraaf toe aan je algemene voorwaarden, of een aparte toegankelijkheidsverklaring met een link in de footer. Beschrijf je dienst, hoe die aan de eisen voldoet, wat nog niet toegankelijk is en hoe mensen je kunnen bereiken.
- Week 3: stel je webbouwer de juiste vragen. Met welke norm en welk WCAG-niveau werk je? Zijn het thema, het bestelproces en de betaalprovider getest met toetsenbord en schermlezer? Wie lost problemen op in plug-ins of externe tools? Hoe blijven nieuwe pagina's toegankelijk na de lancering?
- Week 4: plan regelmatige controles. Toegankelijkheid is geen eenmalig project. Zet elk kwartaal een controle in je agenda, en ook na elke nieuwe huisstijl, nieuwe plug-in of wijziging aan het bestelproces.
Controleer je eigen site
De snelste volgende stap is kijken waar je eigen site staat. Je kunt gratis een pagina controleren met ibin en krijgt een rapport in gewone taal: wat er mis is, wie er last van heeft en hoe je het oplost. Werk de problemen weg met de hersteltips en gidsen en gebruik de gids voor een toegankelijkheidsverklaring voor de informatie waar je klanten recht op hebben. Ben je aangemeld, dan laat een gratis controle van tot 200 pagina's zien hoe je hele site ervoor staat.
Kijk hoe je eigen site scoort
Controleer gratis een pagina, zonder account. Je krijgt een duidelijke lijst van wat je eerst oplost, met afbeeldingen van waar elk probleem zit.